Uitleg tunisch haken.

Haak eerst een ketting van de opzet lossen, zoals bij gewoon haken, zet het aantal steken op wat   voor het patroon nodig is.

Heengaande toer: steek se haaknaald in de 2e steek vanaf de hoek, maak 1 omslag ** steek de in de volgende steek, maak 1 omslag**. ** tot ** herhaal je over de hele toer, voor elke steek heb je 1 omslag op de toer staan.

Teruggaande toer: je blijft dus altijd aan de voorkant haken. haak 1 losse in de laatste steek zonder te draaien, maak dan een omslag en haal deze door 2 steken, herhalen tot je 1 steek over hebt.

Tekening 2 + 3 is dus 1 toer.

Alle volgende toeren: begint met 1 lus op de haaknaald, steek dan van rechts naar links in de verticale lus van de 2e steek van de vorige toer, maak 1 omslag, haal dat door 1 lus. herhalen in alle verticale lussen. Zie teruggaande toer 1.

Dit is een enkele Tunisch haaksteek.

Afwerking: Haak halve vasten in de lussen van de vorige toer en haak telkens de lus door 2 steken heen of maak 1 omslag en haal de draad door de eerste lus op de haaknaald om losse te maken. Steek de haaknaald van rechts naar links onder de volgende verticale lus, maak 1 omslag en haal dat door de lus, zodat er 2 lussen op de haaknaald komen te zitten, maak weer 1 omslag en haal die door beide lussen op de haaknaald om de vaste af te maken. Herhaal dit over de hele toer en hecht daarna de draad af.

Meerderen aan de zijkant: aan het begin of aan het einde van de toer, haak aan het begin van de 1e steek, steek de haaknaald dan in het bovenste dwarslusje tussen de 1e en 2e verticale steek en haal een lus.

Meederen van enkele steken aan het begin van de toer: haak zoveel losse als er steken gemaakt moeten worden, haak hierop een heengaande toer in tunisch haken.

Meerderen aan het einde van de toer: zet aan het einde van een toer steken op, met geknoopte lussen ( net zoals bij breien ), haak hierop weer een teruggaande toer.

Meerderen in het midden van het werk: geef met een draad de plaats aan waar u de steek wilt meerderen. Steek dan links of rechts of aan weerszijde van deze steek, de haaknaald in het bovenste dwarslusje, tussen de 1e en 2e verticale sttek en haal een extra lus.

Mindering aan de zijkant: voor de mindering aan de zijkant, haak je in de 1e steek en neem dan met de haaknaald de volgende steken tegelijkertijd ( samen ) op, waardoor je maar 1 lus haalt. Voor een mindering aan het einde van de toer, haal je de voorlaatste 2 steken, op dezelfde manier samen.

Minderen in het midden: geef met een draad de plaats aan, waar je wilt minderen. Haal nu rechts of links of aan weerszijde van deze steek, slechts 1 lus door de 2 steken tegelijk. Er is dan 1 steek geminderd.

Knoopsgaten: Bepaal de plaats van het knoopsgat. Laat in de heengaande toer een aantal steken liggen en sla de draad zoveel keren om de haaknaald, als dat er steken zijn overgeslagen. Haak deze omslagen in de teruggaande toer gewoon weer mee of gebruik de methode van meerderen aan het einde van een toer.